Toen ik klein was voelde ik mij, zoals ik het nu zou omschrijven, het tegenovergestelde van een yogi. Ik voelde mij als buitenstaander kijken naar de wereld en de mensen om mij heen, voelde me afgesloten van de rest, vroeg me vaak af wat de zin van het leven was.

Toen ik 18 was leende ik een boek in ons kleine bibliotheekje in Nijkerk; een boek over yoga met een Indiaas mannetje in een grote witte onderbroek (waar gebeurd verhaal). De reden waarom ik dat boek leende zal ik nooit kennen; ik noem het maar de leidende hand van het universum of mijn lotsbestemming. Op mijn kamer maar ook buiten in het gras (het was zomer) oefende ik houdingen, stond ik met gemak in de hoofdstand (sirsasana) en zo kwam (en ging) yoga mijn leven in (en soms weer uit). Vele vele jaren later en heel veel verschillende stijlen en onderzoekingen later, zou ik mezelf nu een yogi noemen. En daarmee bedoel ik dat ik een student ben van de yoga filosofie. Yoga is allesomvattend, en het leven is allesomvattend, en ik val nergens buiten, sterker nog ik hoor overal bij en mijn aanwezigheid hier is net zo onvermijdelijk en onmisbaar als ieders ander aanwezigheid, niet omdat ik bijzonder ben of niet bijzonder, maar omdat het nu eenmaal allemaal precies zo is als het is en het niet anders kan zijn. Yoga heelt en maakt heel, alles wat afgescheiden is. En voor mij is het ook gewoon; houdingen doen, ademen, mediteren, al die dingen die bij yoga lijken te horen.

© 2021 Soefiyayoga